Bij een beginnend station lag de zender meestal open en bloot op een tafeltje of op de grond. Als voeding werd een simpele netspanningsadapter gebruikt en de modulatie werd met een stukje tweelingsnoer van de versterker op de zender aangesloten. Veel voorkomende problemen waren dan ook brom, slecht geluid en hoogfrequent inslag.

Ook frequentieverloop was een probleem wanneer de antenne bewoog of wanneer je met je hand te dicht bij je zender kwam, maar ook wanneer je het deksel op het kastje van je zender schoof wanneer je hem net fijn had afgeregeld.

In de Free Radio Magazine lazen we dat je de zender in een HF-dicht kastje moest bouwen. Op dat kastje moet natuurlijk een schakelaar, een ledje (met 1k2 voorschakelweerstand), een 10k potmeter voor de frequentie, een SO259 connector voor de antenne, en een DIN of tulp audio connector. Tel daarbij de noodzakelijke m4 boutjes, moertjes en afstandsbusjes, een tussenkabeltje voor je SWR meter, wat extra elco's tegen de brom. Een zaterdagmiddag op de fiets naar van Essen, of na schooltijd even langs Geldhof of langs van Schoor en je was weer een paar knaken armer.

 

Omdat de MRF237 van een Stentor toch meestal stuk ging (en door de angst om met de volle 3 á 5 Watt storing te veroorzaken) zaagden we ook wel de print van een Stentor doormidden zodat je alleen nog maar de oscillator met buffertrap, of soms zelfs alleen de oscillator overhield. Zo'n oscillator gaf zo weinig power dat je bij jezelf zonder antenne maar 60% binnenkwam. Zo'n oscillator bouwden we dan in een kastje met een 9 volt batterijtje erin en een telescoop antenne erop en we konden over ruim 1 km hemelsbreed redelijk probleemloos en storingsvrij met elkaar duplexen. Een gewone transistorradio in de andere hoek van de slaapkamer werd gebruikt voor ontvangst van het tegenstation.

Het aansluiten van de (ongebalanceerde) coax op de (gebalanceerde) dipool gebeurde meestal niet zoals het hoorde. In het aansluitkastje van de dipool deden we gewoon de kern onder het linker schroefje en de afscherming onder het rechter schroefje. Eigenlijk moest je de coax aansluiten via een balun, maar daar hadden we nog nooit van gehoord. Het trafootje wat standaard in het aansluitkastje zat hadden we er natuurlijk al lang uitgesloopt. We wisten niet waar het voor diende en we dachten dat het een soort filter was en alleen maar verlies zou geven.

Bijna iedereen had daarom last van brom door terugwerking. Hoogfrequent inslag noemden we dat. Om dat te voorkomen moest je de antennekabel op een bepaalde manier neerleggen of oprollen. Het maakte voor de brom trouwens ook wel uit of je de luidsprekers van je versterker had ingeschakeld of niet. Later kwamen er wel baluns bij de antenne te hangen. Een 4:1 balun voor een gesloten dipool en een 1:1 balun voor een open dipool.

Door te kijken op een SWR Powermeter kon je je zender een beetje op de antenne afregelen, en kon je ook het vermogen aflezen. Hoe verder de wijzer op de meter uitsloeg, hoe meer power je had, toch? Dat het bereik van zo'n goedkope meter boven de 30 MHz steeds onnauwkeuriger werd daar hadden wij geen benul van, hierdoor leek het alsof je 1,3 Watt uit een 2n2219 kon halen. Wat ook wel gebruikt werd als indicatie van je vermogen was een simpele veldsterktemeter. Dat was een kleine schakeling bestaande uit een diode, een condensator en een weerstandje. Die veldsterktemeter kon je dan op je multimeter aansluiten.

Mijn eerste echte 'fabrieks' FM antenne kocht ik bij de Makro in Duiven. Rinke en ik hebben daar allebei voor ƒ21 (exclusief 18% BTW) een drie elements antenne gekocht. Op de terugweg hebben we antennes op woningen goed bekeken om te weten te komen hoe zo'n antenne nou eigenlijk in elkaar gezet moest worden. Want dat het kortste element de voorkant was dat leek ons wel logisch, maar zat dat korte element nou dichtbij de dipool of juist het verst er vanaf?

Een mastje had ik al, al weet ik niet meer hoe ik daar aan gekomen ben. Het zal wel een paal van een waslijn of zoiets geweest zijn die nog bij ons in de schuur stond. Danig verroest in ieder geval.

Thuisgekomen snel de antenne daarop gezet. Wat een verbetering ten opzichte van mijn binnenantenne op plank! Dit verschil merkte je bij het zenden maar natuurlijk ook bij het ontvangen. Mijn antennemast had ik in de hoek van mijn balkon gezet, daar vastgehouden door een stel snelbinders. Ik had geen antennerotor dus moest ik altijd nachts in de vrieskou het balkon op om met de hand de mast te draaien. Draaide ik te snel dan maakte dat een geluid wat door het halve huizenblok te horen was. In de opname van de Twellose Duplex is dat geluid af en toe te horen op de momenten dat ik zo goed mogelijk op de Victoria in Apeldoorn probeer uit te richten.

Later werden antennes ook zelf gebouwd en roteerbaar opgesteld. Ik heb ook kort een 7-elements antenne gehad, maar die was toch te groot voor op het balkon, dat wilde ik de buurt niet aandoen. Uiteindelijk heb ik heel lang met een verkorte 4-elements antenne gewerkt. De verroeste paal was inmiddels vervangen door een mooi uitschuifbaar mastje van Natasha Dump. De 4-elements antenne heb ik ergens in Deventer gekocht, ik weet niet meer precies meer welke zaak dat was, maar het was een soort houten schuur achter een woonhuis, vlak bij de Singel. Met die antenne heb ik vele jaren fijn gewerkt.

Op een gegeven moment waren meerdere illegale radiostations uit de omgeving Arnhem en Nijmegen in Twello (én op het strand van recreatiegebied Bussloo) redelijk te ontvangen. Nieuw voor ons was dat die stations 'verticaal' zaten, je moest je ontvangstantenne verticaal opstellen voor het beste resultaat. Door deze ontdekking plaatsten veel piraten een verticaal dipooltje onder hun horizontale richtantenne. De signaalsterkte van die Nijmeegse stations lag in Twello meestal rond de 30 á 40 procent.

Twee zeer bekende Nijmeegse piratenstations uit die tijd waren Delta op 90.15 en Keizerstad op 95.8 MHz. Af en toe ontving je ook andere Nijmeegse stations zoals Exclusief 98.1, Totaal 97.7, Contact 98.1 en Lokaal 104.1 MHz, de een wat regelmatiger, de ander alleen 's avonds of tijdens de weekeinden. (Frequenties uit mijn hoofd dus daar ben ik niet zeker van). In deze tijd ben ik mijn zender 'Radio Pino' gaan noemen.

Op een gegeven moment was Peter (Ultravox) in staat om met een 11 elements verticale antenne vrijwel dagelijks Radio Decibel uit Amsterdam te ontvangen. Gelukkig had hij een goede tuner, en daardoor nagenoeg geen last van Hilversum 3 op 96.2 MHz vanuit Markelo.

En zo zat je bij een nieuwe antenne weer de zoveelste PL-259 plug aan je RG58 coax te solderen. Die plug paste dan weer in het SO-239 chassisdeel van de zender. Deze pluggen werden ook wel UHF connectoren genoemd, omdat men vroeger frequenties boven de 30 MHz al UHF noemde.